LPG/CNG systemen

AGS beschikt over verschillende merken en types LPG installaties, waar wij aan de hand van de voertuigspecificaties beoordelen welke de beste is voor dat bewuste voertuig.

Zo kunnen wij LPG installaties plaatsen in oldtimers, waar gebruik wordt gemaakt van de conventionele LPG installaties.

Voor de recentere multipoint injectievoertuigen plaatsen wij sequentiële gasinjectiesystemen en de nieuwste ontwikkeling zijn de commonrail benzine-injectiemotoren, zoals bijvoorbeeld, Audi, BMW, Ford, Mercedes, Skoda e.a. waar wij enkel de directe gasinjectiesystemen kunnen plaatsen van de types die reeds voorhanden zijn.

Voor deze voertuigen zijn de ontwikkelingen volop aan de gang en volgen er regelmatig nieuwe modellen die wij kunnen leveren.

Carburateur Single-point injectie Multipoint injectie Directe injectie


Carburateursysteem

De eerste generatie lpg-installaties bestaat uit een gastank ergens achterin het voertuig, soms in de plaats van het reservewiel. Door middel van een leiding wordt het vloeibare gas vanuit de tank naar het motorcompartiment gebracht, naar een verdamper en een mengstuk op of onder de carburateur.

In de verdamper verdampt het lpg van vloeistof naar gas. Omdat voor verdamping warmte nodig is c.q. warmte aan de omgeving onttrokken wordt, is de verdamper ook aangesloten op het koelsysteem van de motor, in dit geval om de verdamper te verwarmen. De verdamper regelt de druk van het gas aan de hand van de druk (deelvacuüm) in het inlaatspruitstuk. Het gas stroomt dan via een leiding naar een mengstuk voor of achter de carburateur, waar het met lucht de motor wordt ingezogen. Ditzelfde systeem werkt ook voor een motor met mechanische, drukgeregelde injectie.

In, of ergens onder het dashboard zit een keuzeschakelaar ingebouwd waarmee de bestuurder lpg of benzine kan inschakelen. Deze schakelaar bedient twee elektromagnetische ventielen in de lpg- en benzineleidingen naar de motor.



terug naar begin

Single-point-injectiesysteem

Bij een singlepoint injectiesysteem gebruikt men een 2e generatie lpg-systeem. Dit kan een gas-venturi-systeem, of een dampgas-injectiesysteem zijn. Echter wordt de gastoevoer geregeld door middel van een computer. Dit kan zowel een standalone zijn of gebruik makend van de aanstuurtijden van de benzine ECU. Hierdoor zijn deze systemen zuiniger en schoner dan een 1e generatie systeem.


LEGENDA

1) brandstoftoevoer 2) luchtinlaat 3) gasklep 4) inlaatspruitstuk 5) benzine injector(en) 6) motorblok


terug naar begin

Multipoint-injectiesysteem


Sequentiële installaties hebben een eigen doseerventiel per cilinder. Deze moderne installaties hebben meestal geen eigen rekenmodule, maar rekenen het door de boordcomputer berekende kenveld om naar equivalente gasvolumes. Daarom is de ombouw en programmering eenvoudiger. Een multi-point injectiesysteem is echter een voorwaarde. Nieuwere auto's hadden al sinds halverwege negentiger jaren deze technologie. Met deze installaties kon het Euro-On-Board-Diagnostics (EOBD) gebruikt worden. Hierbij zijn de uitlaatgassen schoner dan die bij verbranding van benzine.


LEGENDA

1) brandstoftoevoer 2) luchtinlaat 3) gasklep 4) inlaatspruitstuk 5) benzine injector(en) 6) motorblok


terug naar begin

Direct-injectiesysteem

Het Prins Direct LiquiMax-2.0 systeem werkt parallel aan het standaard brandstofsysteem van de auto, dit geldt zowel voor bi-fuel als mono-fuel toepassingen. Het Direct LiquiMax-2.0 systeem is een master-slave systeem.

Het Direct LiquiMax-2.0 systeem is ontwikkeld voor motoren met een direct injectie brandstofsysteem. Direct injectie betekent dat de brandstof onder hoge druk [20-200 bar] direct in de cilinder wordt inspoten in plaats van in het inlaatspruitstuk (port injectie). Het Direct LiquiMax-2.0 systeem maakt gebruik van een aangepaste hoge druk brandstofpomp en de originele brandstofinjectoren van het benzinesysteem om het vloeibare LPG onder hoge druk in de cilinder in te spuiten.


Het Direct LiquiMax-2.0 systeem is equivalent aan de originele benzine injectie technologie en maakt optimaal gebruik van de elektronica en componenten die al aanwezig zijn in het voertuig. Met het Direct LiquiMax-2.0 systeem zal de berijder geen verschil bemerken tussen het rijden op LPG of benzine.


LEGENDA

1) brandstoftoevoer 2) luchtinlaat 3) gasklep 4) inlaatspruitstuk 5) benzine injector(en) 6) motorblok

Uitgebreide testen van Prins in samenwerking met de Nederlandse hogeschool heeft aangetoond dat LPG als brandstof erg geschikt is in combinatie met direct ingespoten motoren. De efficiëntie van de motor neemt enorm toe door het gebruik van LPG als brandstof. Dit resulteert in een CO2 reductie van een extra 10%. Deze toegenomen efficiency van de motor is te verklaren door de chemische en fysische eigenschappen van LPG.

controleer of er reeds een DLM-systeem voor uw voertuig bestaat



terug naar begin

 
 
 

ECOLOGIC AND ECONOMIC INTERESTS PERFECTLY BALANCED
 
 

© AGS Auto Gas Systemen N.V. | Geelseweg 74 | 2250 Olen | tel. +32 (0) 14 23 36 20 | fax +32 (0) 14 23 36 19 | info@autolpg.be